Het Beatrix College voert een integraal personeelsbeleid. Daarbij wordt uitgegaan van een goede balans tussen de ontwikkeling van individuele medewerkers en de organisatiedoelen. De visie en missie van de school zijn daarbij richtinggevend. Voor de uitvoering van het personeelsbeleid wordt gebruik gemaakt van een aantal instrumenten; zoals POPgesprekken, competentieprofielen, taak- en functiedifferentiatie en onderwijsondersteunende voorzieningen. Het Beatrix College is in 2004 gestart met Investors in People, een kwaliteitsprogramma voor optimale opleiding-, ontwikkeling- en veranderresultaten. Klik hier voor meer informatie.
Persoonlijke Ontwikkeling
Om ervoor te zorgen dat elke medewerker dezelfde kansen krijgt om zijn talenten volledig te ontwikkelen, werken we met competentieprofielen. Op basis daarvan wordt voor elke medewerker een Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP) opgesteld. Het POP bestaat uit enkele A-4tjes waarop de wederzijdse verwachtingen (medewerker en school) en de punten van ontwikkeling staan omgeschreven. Het plan komt in goed overleg tot stand en wordt na een jaarlijkse evaluatie van de competentieontwikkeling bijgesteld. Hierdoor is elk persoonlijk ontwikkelingsplan zuiver maatwerk waarbij verantwoordelijkheden en loopbaanmogelijkheden specifiek aandacht krijgen.
Taak- en functiedifferentiatie
Het Beatrix College biedt vanwege haar groei ook goede mogelijkheden voor taakdifferentiatie en functiedifferentiatie. Het uitoefenen van andere werkzaamheden en de mogelijkheid intern door te stromen naar andere functies houdt het lesgeven uitdagend.
Nieuwe medewerkers
Het Beatrix College streeft naar een evenwichtige samenstelling van het personeel. Dat betekent:
- een goede verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen;
- een goede verhouding tussen deeltijd en voltijd medewerkers;
- een evenwichtige leeftijdsopbouw van het team.
De gemiddelde leeftijd ligt relatief laag (ongeveer 39 jaar). Oudere sollicitanten zijn dan ook van harte welkom.Alle nieuwe docenten worden gedurende hun eerste schooljaar intensief begeleid. Lesbezoek, intervisie, collegiale consultatie en beoordelingsgesprekken maken deel uit van die begeleiding. Natuurlijk is ook een goede taakopvatting ten opzichte van het lesgeven en de overige taken van groot belang.