Continue rapportage
De school houdt u stelselmatig op de hoogte van de vorderingen van uw zoon of dochter. In de reguliere stroom gebeurt dat onder andere via controlekaarten en rapporten. In de 5M-stroom houden leerlingen in een portfolio hun vorderingen bij. In meer algemene zin informeren wij u via ouderavonden (zie de jaaragenda) en via het Bea4tje .
Controlekaarten
Onderbouw, reguliere stroom en atheneum+ stroom
De docenten verwerken alle cijfers en letters (betreffende de studiehouding) die zij aan de leerlingen toekennen zo spoedig mogelijk in een centraal computerbestand. Op basis daarvan kunnen wij de vorderingen van de leerlingen goed volgen. Ongeveer één keer in de 6 weken wordt aan de leerlingen een zogenoemde controlekaart mee naar huis gegeven. Op jaarbasis gaat het dus om 4 controlekaarten. Op deze controlekaart staan de cijfers en de waardering voor de studiehouding die in de zojuist verstreken periode zijn behaald. Om te kunnen controleren of leerlingen deze controlekaart thuis hebben afgegeven, vragen wij de ouders deze kaart te ondertekenen en vervolgens mee terug te geven naar school. Wij hebben gekozen voor deze periodieke rapportage om leerlingen en ouders regelmatig op de hoogte te houden van de vorderingen. De data waarop de controlekaarten mee naar huis worden gegeven, worden besproken op de eerste ouderavond van het schooljaar.
Onderbouw, 5M-stroom
Leerlingen in de 5M-stroom houden een portfolio bij. Daarin tekenen zij op wat ze doen, welke vorderingen ze maken, en verzamelen zij bewijzen betreffende de voortgang van hun leerproces. Dit portfolio gaat per periode mee naar huis, waarbij het jaar is ingedeeld in 9 perioden. Indien nodig, gaat het portfolio vaker mee naar huis. Op het eind van het schooljaar krijgen deze leerlingen een overgangsbewijs dat het karakter heeft van een rapport.
Rapporten
Onderbouw, reguliere stroom en atheneum+ stroom
In de onderbouw krijgen leerlingen twee maal een rapport mee naar huis. Op deze rapporten worden de onafgeronde gemiddelden over de voorafgaande periode vermeld. Uit de gemiddelden van de twee rapporten worden de “overgangscijfers” berekend. Die staan vermeld in de laatste kolom van het tweede rapport.
De keuze voor 2 rapporten hangt samen met het volgende. Vrijwel alle klassen kennen op hun rooster zogenoemde 1-uursvakken. Dat zijn vakken die gedurende het schooljaar slechts 1 uur per week worden gegeven. Deze vakken hebben wij geperiodiseerd. Dat wil zeggen dat wij die vakken in de ene helft van het schooljaar voor 2 uur per week aanbieden en in de andere helft niet. Bij de aanvang van het schooljaar ontvangt iedere leerling een rooster waarin duidelijk is aangegeven welke vakken in welke periode gevolgd moeten worden.
Onderbouw, 5M-stroom
Leerlingen die via de 5M-stroom onderwijs volgen krijgen geen tussentijds rapport mee naar huis, maar alleen een overgangsrapport. Informatie over de voortgang van hun studie en de resultaten die zij behalen is te vinden in het portfolio dat zij bijhouden.
Bovenbouw
Leerlingen uit de bovenbouw krijgen meerdere keren per jaar een rapport mee naar huis. Deze rapporten sluiten aan bij de toetsperioden die zij hebben. Dat betekent voor 2009-2010:
- Leerlingen uit 3tl: 4 cijferkaarten en 1 overgangsrapport
- Leerlingen uit 4tl: 3 cijferkaarten en 1 schoolexamencijferkaart
- Leerlingen uit 4 havo en 4 en 5 atheneum: 4 rapporten
- Leerlingen uit 5 havo en 6 atheneum: 2 rapporten.
Ouders die tussentijds inzicht willen hebben in de prestaties van hun zoon of dochter kunnen via de administratie een rapportage opvragen.
Rapporten en andere informatieve berichten worden in principe altijd met de leerling meegegeven. Het met de post versturen van al die stukken zou de school erg veel geld kosten en wij besteden dat geld liever aan onderwijskundige zaken. Wij gaan ervan uit dat onze leerlingen deze stukken ook daadwerkelijk en tijdig aan hun ouders geven.
Individuele gesprekken
Naar aanleiding van de schoolresultaten in de loop van het schooljaar, testgegevens en prognoses worden er in het schooljaar 2009-2010 voor alle leerlingen twee keer individuele gespreksrondes gehouden. Ouders kunnen, op afspraak, met de mentor of met een vakdocent praten over de vorderingen van hun zoon of dochter en over de toekomst.